De sterk oplopende prijs van offerdieren heeft binnen de moslimgemeenschap heel wat stof doen opwaaien. De revolte begon echter over de grens, bij onze zuiderburen.

Prijs van een offerdier offerfeest
Vlaamse moslims waren bepaald niet te spreken over de ‘slachttaks’: een belasting die de gemeente Mechelen – zonder overleg met de plaatselijke moslimgemeenschap – had ingevoerd. Twee Mechelse moskeeën voelden zich zodanig gepasseerd dat zij ferm en eensgezind opriepen tot een boycot. En met succes: nog geen 100 Mechelse moslimgezinnen hebben uiteindelijk een slachtvergunning afgehaald. Dat is nog geen tiende van het aantal slachtvergunningen dat de afgelopen jaren is afgegeven: “Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil” (citaat onder prent van politiek tekenaar Albert Hahn | 1903). Volgens RTV.be betreurt het Mechelse stadsbestuur de situatie, maar zal er wel streng worden toegekeken of er niet thuis illegaal wordt geslacht. Dat dan weer wel.

In Nederland werden de moslims in Helmond geïnspireerd door het kordate handelen van hun geloofsgenoten in Mechelen. De regionale moskeeën kregen daarnaast alarmerende signalen binnen vanuit de eigen achterban, waar de al jaren voortslepende financiële crisis duidelijk wordt gevoeld. Voorzitter Bagdad Majiti van de Arrahma-moskee in Den Bosch: “Wij hebben hierover met een hoop mensen gesproken. Dit (een ‘schapenboycot’) doe je als je écht niet meer anders kan”, en “Een paar tientjes is te begrijpen, maar het gaat hier om een stijging van honderd euro”. Veehandelaar Mark Aarts toonde weinig mededogen met de initiatiefnemers: “Als het ze niet bevalt dan moeten ze maar kip gaan eten, dat is goedkoper”.

Hamvraag

Vanzelfsprekend zijn er zowel voor- als tegenstanders van een ‘schapenboycot’ te vinden: voorstanders die juist gezamenlijk – met zoveel mogelijk moslimconsumenten tezamen – willen optreden om een sterk signaal aan de (vee)markt af te geven. Zij vinden het bijvoorbeeld belangrijk dat het offeren voor zoveel mogelijk moslims betaalbaar blijft. Tegenstanders menen o.a. dat de moslimconsument stiekem wel het geld heeft maar de verkeerde prioriteiten stelt (vakantieboekingen, dure telefoons etc.). Bovendien, met een boycot wordt er weer een belangrijke en zeer sterk aanbevolen soennah verwaarloosd.

Of het niet-offeren vanwege de buitenproportionele prijsstijging van offerdieren (islamitisch) gerechtvaardigd is of niet, is niet het onderwerp van dit artikel. Wij hebben juist getracht een objectief onderzoek te verrichten naar de opbouw van de prijs van een offerdier. Met andere woorden: we geven de moslimconsument een bescheiden inkijk in het reilen in zeilen achter, en de totstandkoming van de marktprijs van het offerdier. In ons artikel nemen we als ijkpunt het populaire ‘Hollandse lam’.

Offerdieren kopie

Afb. 1 | Hollandse lammeren in een stal: compact, goed van bil en uitstekende vleeskwaliteit.

Het geslachte gewicht

Normaal gesproken betaal je wanneer je lamsvlees koopt een kiloprijs. Met het Offerfeest betaal je daarentegen een vaste prijs voor het gehele dier (een zogeheten stukprijs). Je koopt dus een heel dier, in een keer, voor een vooraf bepaalde prijs: ongeacht het gewicht van het dier. De belofte die het slachthuis, de groothandel, de supermarkt of de slagerij doen is dat het offerlam tussen de 20 en de 25 kilo weegt. Een lam van onder de 20 kilo wordt geclassificeerd als een ‘licht lam’. Een lam van boven de 20 kilo als een ‘zwaar lam’. De klant wil natuurlijk het liefst dat het dier tegen de 25 kilo aan zit, want dan krijgt hij meer waar (oftewel meer kilo’s) voor zijn geld.

Maar, als we het hebben over een offerdier van 25 kilo: wat wordt er dan precies gewogen? Wanneer je als mens zijnde – bijvoorbeeld na de dikmakende feestdagen – zuchtend en puffend op een weegschaal stapt dan worden ‘huid en haar’ (je gehele lichaam, inclusief de kledij die je op dat moment draagt) gewogen. Bij lammeren is dat anders. Het gaat hier om een ‘geslacht gewicht’, dus het gewicht van het offerlam schoon aan de haak. De 20 tot 25 kilo aan geslacht gewicht is het karkas van het offerdier: puur het vlees en het geraamte zoals je ze vaak bij de slager ziet hangen (de kop is eraf, de darmen en de lever zijn eruit gehaald, de vacht is verwijderd, enzovoort). De zogeheten ‘pluk’ (de lever, het hart en de longen) krijgt de moslimconsument dikwijls mee. Met het Offerfeest wordt de kop zelden meegegeven omdat er nauwelijks tijd is om de kop te villen. De slacht van de offerdieren gaat daar namelijk veel te snel voor. 150 tot 160 koppen per uur villen is ondoenlijk bij zo’n grote vraag. Darmen en maag (een delicatesse in sommige noordelijke streken van Marokko) worden trouwens niet meegegeven vanwege de niet te onderschatten gezondheidsrisico’s (darmen bevatten ontlasting, het risico op kruisbesmetting, E. Colibacteriën, enzovoort).

Ezelsbruggetje

Met een rekensommetje kun je redelijk nauwkeurig vaststellen wat het geslachte gewicht van een offerlam zal zijn. Als de offerdieren van de veemarkt komen, een tijdje onderweg zijn geweest en niet hebben gegeten (geen voer hebben gekregen) dan is dat ongeveer 50% van hun (natuurlijke) gewicht. Als ze wél hebben gegeten en hun behoefte nog niet hebben gedaan dan is dat ongeveer 46% van hun (natuurlijke) gewicht (dan wegen ze namelijk zwaarder). Het gewichtsverschil zit dus in de maag- , darm- en blaasinhoud. Doorgaans worden de dieren niet gewogen voordat ze worden verkocht: het is vertrouwensrelatie die het slachthuis met de slagerij of met de groothandel heeft. De slagerijen zijn vaak al jarenlang vaste klant (kopen het hele jaar door al geiten-, lams- en/of rundvlees bij het slachthuis in) en de slachthuis-eigenaar weet precies wat de wensen van zijn klanten zijn. Daarnaast wordt ook een bandbreedte van tussen de 20 en 25 kilo afgesproken: dat geeft het slachthuis een logische speling want slachtdieren exact op gewicht afleveren is praktisch onmogelijk.

Drietrapsraket

Nu komen we bij de hamvraag: hoe is de prijs van een offerdier opgebouwd? Wij noemen het een drietrapsraket omdat er grofweg drie factoren zijn die dominerend zijn in de prijs. Hoe zwaarder een factor weegt, hoe hoger de raket (de prijs) stijgt. Dit zijn de factoren:

Stap 1: de boer.

Stap 2: het slachthuis.

Stap 3: de slagerij, de groothandel of de (grote) supermarkt (de partijen die zelfstandig bij slachthuizen inkopen).

Iedere stap brengt risico’s met zich mee. Deze risico’s kunnen – indien ze worden doorberekend – een negatief effect hebben op de prijs.

Stap 1: de boer

We nemen als voorbeeld een boer die in de maand ramadan – dus bijna drie maanden van tevoren – 500 rammen vasthoudt om deze in de Eid-periode aan de slachthuizen te kunnen verkopen. Overigens, sommige boeren houden mannetjesschapen vast op verzoek van een slachthuis (de toekomstige afnemer), sommige boeren houden rammen vast op eigen inzicht. De boer moet deze 500 lammeren tot aan de dag van het Offerfeest in leven zien te houden. Dit zijn de factoren die van invloed zijn op de verkoopprijs van een offerlam:

  • De boer houdt voor het Offerfeest 500 rammen apart. Maar hij is niet enige die zo denkt: andere boeren denken precies hetzelfde. Ook zij willen profiteren van de eid-periode. Dat betekent dat er op de veemarkt een overschot aan ooien komt (vrouwtjesschapen) en een tekort aan rammen (mannetjesschapen) omdat veel boeren de rammen dus vasthouden. Als gevolg daarvan stijgt de marktprijs van een ram.
  • De dieren worden op stal gezet en bijgevoerd (afb. 2) met o.a. bierbostel (afb. 3). Maar meestal jaagt de boer de lammeren het weiland in. Ze moeten ‘goed in het gras zitten’ om het gewenste gewicht te bereiken (er moet per lam genoeg grasland beschikbaar zijn, en het gras moet flink groeien. Daarvoor is een regelmatige regenbui nodig: het weer speelt dus een rol). De dieren moeten sowieso bijgevoerd worden anders is er een risico op een ‘schraal gewicht’. Een juist afwisselend voedingspatroon (mix van o.a. gras, bierborstel, mais, etc.) zorgt ook voor mooi blank lamsvlees (graslammeren zijn wat magerder en het vlees is donkerder van kleur: mager-blauw, dat komt door het eenzijdige karakter van het voedsel). De vaste bedrijfskosten, het bijvoeren etc. brengen natuurlijk extra kosten met zich mee.
Bijvoeren lammeren

Afb. 2 | De lammeren worden bijgevoerd.

  • Er zijn altijd twee koopmannen nodig om de lammeren op te jagen en door de kudde heen te lopen (om de gezondheidstoestand van de lammeren te inspecteren). Ze controleren of er niet eentje ziek is, of dood is etc. Hier gaan veel arbeidsuren in.
  • Lammeren kunnen verdrinken (lopen in een sloot rondom het weiland – bijvoorbeeld omdat ze willen drinken – en verdrinken daarin) of aan een natuurlijke dood komen te overlijden.
  • Lammeren kunnen ziek worden. Als lammeren ziek worden dan worden ze soms direct naar het slachthuis gebracht (de ene ziekte is de andere niet: als het geen ernstige ziekte is, dan kunnen ze wel geslacht worden en zijn ze geschikt voor menselijke consumptie). Bij een ziekte kan de lever heel hard worden. Dat is ook de reden waarom de moslimconsument soms met het Offerfeest de lever niet meekrijgt: het kan zijn dat deze vanwege een leveraandoening is afgekeurd. Longen worden ook vaak afgekeurd, maar het hart bijna nooit.

Het is duidelijk dat de kans groot is dat de boer niet met de 500 rammen eindigt waarmee hij in de ramadan is gestart. Wellicht eindigt hij met 490 of 480 lammeren. Maar er zijn ook nog andere factoren die een rol spelen. De vastenmaand ramadan is een maand waarin veel luxe vleesproducten worden geconsumeerd: er wordt veel lamsvlees gegeten en verwerkt in allerlei heerlijke gerechten en producten. De vraag naar lamsvlees is derhalve groot, de prijsstijging zet zich dus al aan het begin van de maand ramadan in. De prijs van lamsvlees blijft hoog. Direct na de ramadan worden hier en daar nog meer lammeren vastgehouden waardoor de prijs op die hoogte blijft. Er zijn daarnaast ook ‘golddiggers’ actief (er wordt door veel ondernemingen altijd reikhalzend uitgekeken naar het Offerfeest en de daaraan voorafgaande maanden): reguliere slachthuizen die het gehele jaar door geen enkel lam slachten, maar in de Eid-periode opeens 300 tot 400 lammeren willen slachten en willen mee-eten uit de ruif van het Offerfeest. Deze slachthuizen drijven de vraag en daarmee de prijs ook op.

De boer rekent dus vanwege eerder genoemde redenen ‘risicogeld’. Maar hij wil er ook nog wat aan verdienen. De hoge prijs is dus marktconform, vervolgens legt hij er zelf per offerlam 2 of 3 tientjes bovenop. Zo komen we aan verkoopprijs van 160 tot 170 euro.

Bierbostel

Afb. 3 | Bierbostel: hoogwaardig eiwitrijk veevoer. Het komt vrij bij de productie van bier.

Stap 2: Het slachthuis

Dus het slachthuis koopt een lam – met het eerder genoemde geslacht gewicht van tussen de 20 en 25 kilo – voor ongeveer tussen de 160 en 170 euro in. Belangrijk om te vermelden is dat het slachthuis wél per kilo betaalt aan de boer, anders dan de slager of groothandel die bij hém inkoopt. Daarom is een lam van boven de 25 kilo voor een slachthuis weinig interessant: het winstpercentage wordt aanzienlijk lager aangezien de slager of de groothandel een vaste prijs betaalt, terwijl hijzelf het volle pond betaalt. Maar wat is dan de prijs voor een lam die normaal gesproken moet worden betaald? Die schommelt tussen de 120 en 130 euro. Dat betekent dat het slachthuis al bij de inkoop tussen de 40 en 50 euro méér per lam kwijt is.

Het slachthuis heeft ook met extra kosten te maken:

  • Er moet een extra dierenarts worden ingezet omdat er op de eerste twee dagen zeer veel offerdieren worden geslacht. De dieren worden – volgens de normen van de VWA (Voedsel en Warenautoriteit) – namelijk bekeken wanneer ze in leven zijn, en bekeken wanneer ze geslacht zijn. Het slachthuis is dus extra geld kwijt aan de Keuringsdienst (de kosten kunnen per slachthuis verschillen: dat heeft o.a. te maken met het aantal dieren dat wordt geslacht op een dag).
  • Aan alle kanten wordt er binnen de arbeidsmarkt aan vakbekwame en gediplomeerde slachters getrokken: het dus niet meer dan vanzelfsprekend dat zij een bonus uitgekeerd krijgen om ze tevreden te houden.
  • De planning vooraf: er moet rekening worden gehouden met de specifieke wensen van iedere klant. Daar komt veel bij kijken, vooral omdat het een extra gevoelige religieuze zaak is.
  • Een goede, vakkundige inkoop: het slachthuis moet goede soorten lammeren inkopen. Bepaalde knappe soorten Hollandse lammeren die mooi vlees hebben en goed van bil zijn. Hoe compacter het lam, hoe lichter het dier. Een ‘lang’ dier weegt zwaarder, maar is niet gewild. Texelaars zijn bijvoorbeeld gewild, maar ze bevatten wel meer vet dan een gewoon lam.
  • De grootste kostenpost zijn de werknemers: extra slachters, extra slachtmedewerkers (om o.a. de pensen te wassen), extra mensen om de koppels (de lammeren) op te jagen (ervoor zorgen dat de aanvoer naar de slachtruimte constant is), extra chauffeurs en extra bestelbussen om de geslachte dieren weg te brengen. Soms moeten er wel 10 tot 15 mensen bij.

Sommige slachthuizen weigeren om offerdieren aan particulieren te verkopen: ze bieden deze dienst niet aan. Daarmee stoten ze namelijk de slagerijen voor hun hoofd, en aangezien ze 52 weken in het jaar zaken doen met elkaar vinden de slachthuizen de goede verhoudingen belangrijker dan de korte-termijn-winst die ze daarmee kunnen opstrijken. De slagerijen willen er ook wat aan verdienen. Er zijn ook andere redenen waarom slachthuizen niet aan particulieren verkopen:

  • Een (enorme) drukte: iedereen komt naar het slachthuis toe wat de werkbaarheid bepaald niet vergroot.
  • Iedereen wil zijn offerdier als eerste hebben, wat wel eens tot discussie kan leiden.

Het slachthuis heeft de lammeren dus ingekocht voor tussen de 160 en 170 euro. De lammeren gaan voor tussen de 50 en 60 euro méér van de hand. Ze verkopen de offerlammeren door aan de slagerijen en de groothandels opgeteld voor ongeveer tussen de 210 en 220 euro.

Stap 3: De slagerij

De meeste slagerijen kopen direct bij een slachthuis in. Zij kopen het dier dus in voor tussen de 210 en 220 euro en doen er zelf 10 tot 30 euro bij. Hier zitten de administratie, soms het transport van slachthuis naar slagerij en soms het in stukken hakken van het offerlam bij inbegrepen.

In het kort:

  • de boer rekent 30 tot 40 euro extra.
  • Het slachthuis rekent 50 tot 60 euro extra.
  • De slagerij / de groothandel / de supermarkt rekent 10 tot 30 euro extra.

Als je deze bedragen optelt bij de prijs van een lam in normale periode (tussen de 120 en de 130 euro per lam) dan kom je uit op 225 tot 260 euro per lam: de huidige marktprijs van een offerdier (kan per regio verschillen). Overigens: slachten op de tweede dag van de eid-periode is doorgaans goedkoper dan op de eerste dag, het kan wel eens twee tientjes of meer schelen. Let op: we hebben als voorbeeld een Hollands lam genomen (dit zijn zeer gewilde lammeren: kleine, mooie en ‘compacte’ lammeren met een hoge kwaliteit vlees). Er zijn ook andersoortige lammeren die goedkoper zijn maar meer op geiten lijken: Een Spaanse soort heidelammeren bijvoorbeeld.

De moslimconsument

Sommige moslimconsumenten doen er trouwens ook alles aan om voor een dubbeltje op de eerste rij te zitten. Ze zijn bijvoorbeeld trouwe klant bij slager A maar kopen hun offerdier bij slager B omdat deze een tientje goedkoper is. Vervolgens sjouwen ze met hun ingekochte offerdier naar hun vertrouwde slager A en zetten hem onder druk om het dier gratis of goedkoop in stukken te hakken ‘omdat ze nu eenmaal trouwe klant zijn’. Slager A durft dan geen nee te zeggen en ook (soms uit schaamte of uit angst) geen geld te vragen omdat ze het hele jaar door bij hem inkopen. De moslimconsument lust er af en toe dus ook wel pap van.

Tot slot

We hebben in shaa Allah laten zien dat er heel wat voorbereiding bij komt kijken. Bovendien verkopen de slachthuizen drie weken voor de eid-periode praktisch niets omdat de moslimconsument wacht met het kopen van lamsvlees in verband met het slachten van een offerdier. Drie weken na de eid-periode is de verkoop ook laag omdat veel moslimconsumenten reeds voorzien zijn. Het komt er uiteindelijk op neer dat iedereen – iedere trap in de raket – er wat aan wil verdienen. Er is daarbij één zekerheid: de moslimconsument krijgt de rekening.

Dan rest ons niets anders dan jullie een gezegend Offerfeest toe te wensen! Eid mubarak!

© De Halalpolitie | Steun ons met een like, tweet of post op Facebook!

Orhan Adamcil, Lead Auditor / Food Technologist (de HVV Keuringsdienst).

Ondanks een groeiende wereldbevolking is ook de voedingsmiddelensector onderhevig aan een crisis. Voedingsproducenten blijven innoveren, maar er zijn gemakkelijkere manieren om hun omzet te verhogen.

Zij kunnen bijvoorbeeld hun bestaande producten aanpassen aan islamitische voedingsrichtlijnen. Daardoor kan hun afzetmarkt binnen korte tijd aanzienlijk groeien. De islamitische wereldmarkt  telt wereldwijd naar schatting twee miljard moslimconsumenten. Een nieuwe markt die de sector – in een tijd waarin de Europese markt verzadigd lijkt – goed kan gebruiken.

Er schuilt echter een addertje onder het gras. In de loop der eeuwen zijn er – met de evolutie van productieprocessen – gedetailleerde voedselrichtlijnen ontwikkeld die beschrijven aan welke eisen een halal-eindproduct moet voldoen (Halal is een islamitisch-juridisch oordeel en betekent ‘islamitisch toegestaan’). Bijvoorbeeld dat een Oudhollands lekkernij, zoals een stroopwafel, geen materialen van dierlijke en alcoholische oorsprong mag bevatten. Als het materiaal wèl een dierlijke oorsprong heeft dan mag het niet afkomstig zijn van dieren die Haram (islamitisch verboden) zijn verklaard.

De vraag is alleen: zijn alle takken van de voedingsmiddelensector wel bereid om volledig om te schakelen om aan de halal-richtlijnen te voldoen? En is de Nederlandse consument ook bereid om Halal te eten? Het probleem is juist dat dit ene woordje, Halal, de afgelopen jaren – onder invloed van populistische stromingen – een negatieve lading heeft gekregen. Die nare bijsmaak blijkt moeilijk weg te spoelen, terwijl Halal in de praktijk helemaal niet ’eng’ is. Feit blijft dat de Nederlandse consument nog niet hard loopt voor Halal. En dat is jammer, want  daarmee laten fabrikanten grote kansen liggen.

Orhan Adamcil
Lead Auditor / Food Technologist
Halal Feed and Food Inspection Authority te Den Haag (HVV Keuringsdienst)

© VMT.nl | Steun ons met een like, tweet of post op social media!

Als een moslim je een maaltijd aanbiedt dan trek je de halalwaardigheid ervan niet in twijfel.

De broers Shukran en Roshan hebben een ludiek filmpje, Things NOT to DO in Masjid, op YouTube gezet. Een van de don’ts is het spelen van de ‘halaldetective’. Een halaldetective controleert of het eten dat hij van andere moslims krijgt wel Halal (toegestaan) is. In de moskee geeft zijn vriend hem, naar eigen zeggen, “only the best chicken in the world.” De halaldetective is nog niet tevreden en vraagt of de kip wel Halal is. De vriend antwoordt enigszins beledigd dat de kip moslim was voordat hij stierf.

Ga er vanuit dat een andere moslim ook Halal eet, is de boodschap van de scène. Maar wat als een moslim gaat eten bij iemand met een andere levensovertuiging?

Het is nog niet zo eenvoudig om islamitische gasten Halal eten voor te zetten als je zelf niet gewend bent naar deze regel te leven. Ik voel dan bij wijze van spreken de hete adem van de halaldetective in mijn nek. Je moet rekening houden met het verbod op alcohol (mag ik wel witte wijnazijn gebruiken?), het gebruik van vlees (is deze kip correct geslacht?), en e-nummers (toegevoegde stoffen aan eten, die niet allemaal Halal schijnen te zijn en waarvan ik de discutabele nummers niet uit mijn hoofd ken). Als ik een inventaris heb gemaakt van wat de betreffende moslim wel en niet eet, kan ik boodschappen gaan doen. Het is voor mij geen enkel probleem om naar de dichtstbijzijnde islamitische slagerij te fietsen, want ik koop daar ook vaak kruiden en specerijen. Maar de ‘halalkip’ van deze slagerij gaat wèl tegen mijn diepste overtuigingen in. Namelijk dat het verkeerd is om een kip haar hele leven in een piepklein hokje op te sluiten, haar snavel af te knippen en haar zó snel vet te mesten dat ze van ellende door haar poten zakt. Een ordinaire plofkip, die alleen op een iets andere manier geslacht is.

Toch houd ik graag rekening met de dieetwensen van mijn bezoek, of het nu om religieuze of andere principiële redenen gaat of om gezondheidsredenen. Ik wil namelijk dat iedereen zich welkom voelt in mijn huis. Tegelijkertijd is het eigenlijk de verantwoordelijkheid van de gast om eventuele dieetwensen aan te geven. Afgelopen december kreeg ik Turkse mensen op de koffie, in het kader van mijn stage. Ik wilde een speculaastaart maken en vroeg aan hen of zoetigheden in orde waren, zolang er maar geen alcohol of gelatine in zat. Toen werd ik even bedenkelijk aangekeken en vertelde mijn stagebegeleider me dat niet alle margarine oké is. Het werd dus een speculaastaart met roomboter.

Halverwege het bereidingsproces kwam ik erachter dat er ook e-nummers in amandelspijs zitten. Ik besloot het maar zo te laten en te ‘duimen’ dat het geen verkeerde e-nummers waren.

De onderliggende vraag is in hoeverre een (moslim)gast eisen mag stellen aan het voedsel. Er is bovendien bijna altijd wel iets wat een moslim wél kan eten. Zo heb ik altijd fruit in de fruitschaal liggen. Ik voelde me ook niet verplicht om iets te bakken, maar ik vind het leuk om te doen.

De twee broers uit het filmpje roepen op om geen halaldetective te spelen bij andere moslims. Maar kun je er als moslim wel vanuit gaan dat je bij een andere moslim zonder meer Halal eet? Zo mag de ene moslim best genieten van gegrilde gamba’s, maar zijn schelp- en schaaldieren niet toegestaan voor andere moslims. Een moslim kan er dus niet zomaar vanuit gaan dat hij volgens zijn specifiek geldende regels Halal eet bij iedere moslim.

En dan hebben we het nog niet eens over moslims die af en toe een biertje drinken. Is het bij voorbaat wel Halal om bij hen te eten?

Daarnaast gaat Halal eten verder dan een etiketje. Er bestaat tegenwoordig een Meldpunt Halalmisbruik. Ik denk dat dit heel hard nodig is. Varkensvlees in döner kebab (een Turks vleesgerecht), kruisbesmetting in het Chinese restaurant waar alle soorten vlees in dezelfde wok worden bereid, en paardenvlees dat als Halal rundvlees verkocht wordt, zijn voorbeelden om dat te onderbouwen. Tegelijkertijd zou ik graag willen dat het halal-meldpunt verder gaat, en niet alleen naar het soort beest en de methode van slachten kijkt, maar ook naar de leefwijze en het voer dat het dier kreeg. Onlangs hoorde ik van een Marokkaanse Nederlander dat mensen van oudere generaties de gewoonte hebben om een kip één week van te voren te kopen. Levend wel te verstaan! Deze wordt de hele week op gezond voer gezet en daarna pas geslacht. Kortom, men ging er al langer niet vanuit dat een kip louter goed voer kreeg; ook al was er vroeger geen sprake van bio-industrie zoals we die nu kennen. Zij gaan ook niet direct over tot het slachten, maar laten de kip eerst een hele week loslopen in de tuin of binnenplaats met gezond voer tot haar beschikking. Men had kennelijk al veel langer door dat echte kwaliteit vlees op gezond voer en en een goed leven berust!

Als de kip haar hele leven heeft losgelopen en kwalitatief goed voer heeft gehad, kan ik mijn moslimgasten dus met een gerust hart kip voorschotelen. Zolang ik dat niet zeker weet, kies ik voorlopig maar voor vegetarische maaltijden…

Door: Jennifer van Werkhoven

Jennifer van Werkhoven is lid van het blogteam van Nieuwemoskee.nl

© Nieuwemoskee.nl | Steun ons met een like, tweet of post op social media!